U bent nu hier:

Aripiprazol (Abilify®), behandeling schizofrenie

Publicatie Nr. 08 - 01 augustus 2005
Jaargang 39
Rubriek Nieuwe geneesmiddelen
Auteur drs. M.K. Schutte, drs D. Bijl
Pagina's 85

Aripiprazol +/-
Abilify® (Bristol-Myers Squibb) 
tabletten 5, 10, 15 en 30 mg
behandeling schizofrenie 

Aripiprazol is geregistreerd voor de 'behandeling van schizofrenie'.1 Het middel wordt gerekend tot de atypische antipsychotica.

Werkingsmechanisme.
  Aripiprazol is een partiële dopamine-agonist. In situaties waarbij sprake is van een overmaat aan dopamine werkt het middel als een antagonist voor dopamine D2-receptoren. In situaties waarbij sprake is van een tekort aan dopamine werkt het middel daarentegen als een agonist voor dopamine D2-receptoren. Door dit mechanisme heeft aripiprazol mogelijk minder extrapiramidale bijwerkingen dan de klassieke antipsychotica, die ook als er sprake is van een tekort aan dopamine de D2-receptor blokkeren. Voorts werkt het middel als een partiële 5-hydroxytryptamine-1a-receptoragonist en als een 5-hydroxytryptamine-2a-receptorantagonist. Aripiprazol wordt eenmaal daags oraal toegediend.

Klinisch onderzoek.
  Hier wordt alleen het gepubliceerde gerandomiseerde dubbelblinde onderzoek besproken dat is verschenen in tijdschriften die een systeem van 'peer review' hanteren.3-6 Daarvan zijn twee kortdurende (vier weken) onderzoeken gepubliceerd bij patiënten die met een acute schizofrenie waren opgenomen in een kliniek.3 4  In het eerste onderzoek bij 414 patiënten met schizofrenie of een schizoaffectieve stoornis is de werkzaamheid van aripiprazol (15 en 30 mg) vergeleken met haloperidol (10 mg) en placebo.3 De ernst van de psychopathologie werd vastgesteld met de 'Positive And Negative Syndrome Scale' (PANSS)-score (max. 210, bij insluiting in onderzoek hebben patiënten meestal een score van 91). De PANSS bevat drie subschalen: een algemene ofwel totale, een negatieve symptomen- en een positieve symptomensubschaal. De gemiddelde totale PANSS-score in het onderzoek bedroeg 99,3. De resultaten van aripiprazol in beide doseringen en van haloperidol op de positieve en negatieve symptomen waren significant beter dan placebo. Uitgezonderd waren de resultaten op een subschaal voor negatieve symptomen waarbij aripiprazol (30 mg) in vergelijking met placebo niet significant verschilde (aripiprazol 15 mg en haloperidol verschilden wel significant t.o.v. placebo). De totale PANSS-score nam voor beide middelen af met 11-15 punten in vergelijking met 3 bij placebo. In het andere kortdurende onderzoek bij 404 patiënten met schizofrenie of schizoaffectieve stoornis is de werkzaamheid van aripiprazol (20 of 30 mg) vergeleken met risperidon (ophoging tot 6 mg/dag) en placebo.4 De gemiddelde totale PANSS-score bedroeg 94,4. Aripiprazol en risperidon waren significant werkzamer dan placebo op alle uitkomstmaten. De totale PANSS-score nam af met 14-16 punten, in vergelijking met 5 punten bij placebo. In de placebogroep staakte 50% van de patiënten het placebo en in de actief behandelde groep 34-40%. Belangrijke redenen voor staken van de behandeling waren onder meer gebrek aan effect en het optreden van bijwerkingen. Er was geen significant verschil in uitval tussen de actief behandelde groepen.
Er zijn twee langer durende onderzoeken gepubliceerd.5 6 In het eerste onderzoek is bij 1.294 patiënten met een acute episode van schizofrenie de werkzaamheid van aripiprazol (30 mg) vergeleken met haloperidol (10 mg).5  Het onderzoek duurde 52 weken en de primaire uitkomstmaat was de tijd tot terugval bij patiënten die reageerden op de behandeling. Slechts 38% van de patiënten maakte het onderzoek af (aripiprazol 43% en haloperidol 30%, hetgeen significant verschilde). Het deel van de patiënten dat na 52 weken nog een respons toonden, verschilde niet significant tussen aripiprazol (77%) en haloperidol (73%). Op de meeste secundaire uitkomstmaten waren geen significante verschillen tussen beide middelen.5 Dit onderzoek bestond uit twee deelonderzoeken, waarbij er kritiek is gekomen op het deelonderzoek dat was uitgevoerd in Oost-Europa. Hier was de interne validiteit in het geding vanwege diverse protocolschendingen. In het andere 26 weken durende onderzoek is bij 310 stabiele patiënten met schizofrenie de werkzaamheid van aripiprazol vergeleken met placebo.6 De resultaten op de primaire uitkomstmaat toonden dat 34% van de patiënten die aripiprazol gebruikten een terugval hadden tegenover 57% van de placebogebruikers, hetgeen significant verschilde.

Bijwerkingen.
  In de kortdurende onderzoeken waren er geen significante verschillen in bijwerkingen tussen aripiprazol en risperidon of haloperidol, met name niet wat betreft extrapiramidale stoornissen en verlenging van het QT-interval.3 4 In een langetermijn-onderzoek waren er aanwijzingen dat aripiprazol significant minder extrapiramidale bijwerkingen gaf dan haloperidol (10 mg).5 
De gewichtstoename van aripiprazol kwam overeen met die van risperidon. De fabrikant van aripiprazol heeft in een brief, gedateerd 31 januari 2005, gewaarschuwd voor de toepassing bij aan dementie gerelateerde psychose en/of gedragsstoornissen.2 Bij deze patiënten bestaat een risico van cerebrovasculaire bijwerkingen met mogelijk fatale afloop. Dat risico geldt overigens voor alle atypische antipsychotica. Vanwege de beperkte ervaring kan het optreden van andere zeldzame bijwerkingen die zich pas uiten bij langdurig gebruik van aripiprazol, niet worden uitgesloten.

Contra-indicaties en interacties.
  Voorzichtigheid is geboden bij een voorgeschiedenis van convulsies en bij ernstige leverfunctiestoornissen. Aripiprazol wordt omgezet via CYP3A4 en CYP2D6. Bij gelijktijdig gebruik van sterke remmers of inductoren van deze enzymen is aanpassing van de dosering nodig. Aripiprazol is niet onderzocht bij kinderen <18 jaar en ook niet bij ouderen >65 jaar. Aripiprazol heeft derhalve geen specifieke voordelen, wat de toepasbaarheid betreft.

Zwangerschap en lactatie.
  Er zijn geen gegevens uit gecontroleerd onderzoek over de toepassing bij zwangeren. In het algemeen wordt deze toepassing afgeraden.

Plaatsbepaling

In Gebu 2003; 37: 93-100 en 108-109 is geconcludeerd dat bij de behandeling van acute psychoses een klassiek antipsychoticum, zoals haloperidol, in een niet te hoge dosering nog steeds eerste keuze is. Wanneer dit onvoldoende effectief is of in de laagst mogelijke dosering te veel extrapiramidale bijwerkingen geeft, dan kan men overstappen op een atypisch middel. Atypische middelen geven minder acute extrapiramidale symptomen dan klassieke middelen, maar alleen bij clozapine en quetiapine lijkt dit klinisch relevant. Aripiprazol is bestemd voor de behandeling van schizofrenie. Het klassieke antipsychoticum haloperidol heeft een breder indicatiegebied. Dat omvat naast psychoses ook ernstige opwinding, angst, manie en tic. Het gepubliceerde onderzoek met aripiprazol is vooral kortdurend en er is te weinig vergelijkend onderzoek met andere antipsychotica beschikbaar. Wat betreft de werkzaamheid in het verminderen van symptomen van schizofrenie en schizoaffectieve stoornis, onderscheidt aripiprazol zich ondanks een ander werkingsmechanisme vooralsnog niet van andere antipsychotica. Van aripiprazol kan (nog) niet worden vastgesteld of het mogelijk minder optreden van extrapiramidale bijwerkingen in vergelijking met haloperidol, klinisch relevant is. Vanwege de beperkte ervaring kan het optreden van zeldzame bijwerkingen die zich pas uiten bij langdurig gebruik, niet worden uitgesloten. Het gebruiksgemak en de toepasbaarheid onderscheiden zich niet van die van andere middelen. Aripiprazol is niet onderzocht bij ouderen >65 jaar en jongeren <18 jaar. Het middel is circa 28-maal zo duur als haloperidol. De conclusie is derhalve dat de voorkeur voor behandeling van acute psychoses blijft uitgaan naar een klassiek antipsychoticum op basis van de werkzaamheid en ervaring.

 

stofnaammerknaam®dosiskosten/maand
aripiprazolAbilify 15 mg110,78
haloperidol
merkloos
Haldol
5 mg
5 mg
3,86
4,82



Literatuurreferenties

1. IB-tekst insuline glulisine (Apidra®) via: www.cbg-meb.nl, Geneesmiddeleninformatiebank. 
2. Garg SK, et al. Optimized basal-bolus insulin regimens in type 1 diabetes: insulin glulisine versus regular human insulin in combination with basal insulin glargine. Endocr Pract 2005; 11: 11-17. 
3. Dailey G, et al. Insulin glulisine provides improved glycemic control in patients with type 2 diabetes. Diabetes Care 2004; 27: 2363-2368.

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd