U bent nu hier:

Supplementen met antioxidanten en/of folinezuur voor kinderen met syndroom van Down: een gerandomiseerd onderzoek

Publicatie Nr. 10 - 01 oktober 2008
Jaargang 42
Rubriek Nieuwe onderzoeken
Auteur dr P.H.Th.J. Slee
Pagina's 94

Achtergrond. Volwassenen met trisomie 21 ofwel het syndroom van Down verouderen vroegtijdig. Velen hebben Alzheimerachtige veranderingen in de hersenen in hun derde en vierde levensdecade. Verondersteld wordt dat een toegenomen activiteit van superoxidedismutase, waardoor meer waterstofperoxide wordt gevormd, oxidatieve beschadiging aan neuronen veroorzaakt. Ook zijn er aanwijzingen voor een functionele foliumzuurdeficiëntie. Het enzym cystathionine ß-synthetase katalyseert de vorming van cystathionine uit homocysteïne en serine. Toegenomen concentraties van dit enzym bij het syndroom van Down leiden tot significant verminderde plasmaconcentraties homocysteïne, methionine, S-adenosylhomocysteïne en S-adenosylmethionine waardoor het beschikbare foliumzuur niet verder kan worden omgezet dan tot N5-methyltetrahydrofoliumzuur. 
Superoxidedismutase en ß-cystathionine synthase zijn twee uit een hele verzameling genproducten die op chromosoom 21 worden gecodeerd. Klinische onderzoeken met supplementen van folaten, antioxidanten of beide lieten tot nu toe geen duidelijke conclusies toe of deze middelen de effecten van het syndroom van Down verminderen. Er zijn tot nu toe vier onderzoeken verricht bij totaal 150 patiënten die in leeftijd varieerden van zes maanden tot 17 jaar. Al deze onderzoeken hebben belangrijke tekortkomingen en een meta-analyse was niet uitvoerbaar.1 Recent is een nieuw gerandomiseerd onderzoek gepubliceerd naar de werkzaamheid van anti-oxidanten en/of folinezuur op de psychomotorische ontwikkeling en de activiteit van bepaalde enzymen bij kinderen met het syndroom van Down.2

Methode.
In het gerandomiseerde dubbelblinde en placebogecontroleerde onderzoek uitgevoerd bij kinderen met trisomie 21 jonger dan 7 maanden is de werkzaamheid van supplementen, toegediend gedurende 18 maanden, onderzocht.2 Het onderzoek heeft vier behandelgroepen: een dagelijkse dosis antioxidanten (selenium 10 µg, zink 5 mg, vitamine A 0,9 mg, vitamine E 100 mg en vitamine C 50 mg) of folinezuur (0,1 mg) of een combinatie van beide of placebo. De dosis werd met 30% verhoogd bij de leeftijd van een jaar. Belangrijkste eindpunten betroffen de geestelijke ontwikkeling en de communicatie terwijl motorische mijlpalen, zoals zitten zonder steun en lopen, eveneens werden geregistreerd. 

Resultaten.
156 patiënten werden ingesloten. 17 (11%) kinderen konden niet worden gevolgd, onder meer wegens overlijden, het ontwikkelen van leukemie of verhuizing naar elders. Significant meer kinderen die antioxidantia namen, stopten de supplementen dan kinderen die folinezuur of placebo gebruikten (15/74 = 20% vs. 2/65 = 3%). Braken of onrust kwam alleen voor bij kinderen die antioxidantia kregen (10/74 vs. 0/65), een significant verschil. De therapietrouw was goed voor de kinderen die het gebruik van de supplementen continueerden. Voor geen enkele uitkomstmaat werd een klinisch of statistisch significant effect van antioxidantia of folinezuur gevonden. De activiteit van antioxidant enzymen (erytrocyten superoxidedismutase en glutathionperoxidase) en de isoprostaanconcentratie in de urine (een 'marker' voor lipideperoxidatie) was gelijk in alle groepen, hetgeen erop duidt dat de supplementen geen invloed hadden op de oxidatieve stress.

Conclusie onderzoekers.
Het onderzoek geeft geen steun aan het gebruik van supplementen, te weten antioxidantia of folinezuur, voor jonge kinderen met het syndroom van Down. Een beperking van dit onderzoek was de, in vergelijking met de commercieel beschikbare preparaten, betrekkelijk lage dosis supplementen die in dit onderzoek werd gebruikt. De gebruikte doses vormden 100% van de dagelijks toegestane hoeveelheid voor vitamine E, zink en selenium en 200% voor vitamine C en folinezuur. Hogere doses zijn niet gebruikt omdat veiligheidsgegevens hierover bij kinderen ontbreken en hoge doses vitamine C zelfs oxidatieve eigenschappen kunnen hebben. 

Plaatsbepaling

Opnieuw is aangetoond dat voedingssupplementen geen gunstige effecten op het verbeteren van de gezondheid hebben. In dit onderzoek werden antioxidantia en folinezuur, die wel worden toegepast bij kinderen met het syndroom van Down, onderzocht.3 Ofschoon de theoretische achtergrond van het gebruik van antioxidantia en folinezuur bij het syndroom van Down plausibel is, kan dit niet worden vertaald in een klinisch voordeel. Supplementen kosten geld, een effect is wetenschappelijk niet aangetoond en de bijwerkingen op de lange termijn zijn onbekend.



Literatuurreferenties

1. Salman M. Systematic review of the effect of therapeutic dietary supplements and drugs on cognitive function in subjects with Down syndrome. Eur J Paediatr Neurol 2002; 6: 213-219.
2. Ellis JM, et al. Supplementation with antioxidants and folinic acid for children withDown’s syndrome: randomised controlled trial. BMJ 2008: 336: 594-597.
3. Reynolds T. Giving antioxidants to infants with Down’s syndrome does not improve psychomotor development. BMJ 2008: 336; 568-569.   

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd